Nieuwsdetail Vink & Partners
Renteswaps: dwaling en zorgplicht
In ons nieuwbericht van 19 november 2015 bespraken wij het tussenarrest van het hof Amsterdam van 10 november 2015. In dit arrest oordeelde het hof – in een van de procedures waarin een klant van een bank stelt onvoldoende te zijn ingelicht over de (aanzienlijke) risico’s van een renteswap en over de door bank in rekening gebrachte kostenopslag – dat de betreffende renteswapovereenkomst onder invloed van dwaling tot stand was gekomen. ABN AMRO had wat betreft de werking van de renteswapovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken gegeven. Anders dan in de productbeschrijvingen stond, werd met de renteswap de rente niet zoals bij een standaard middellange lening gefixeerd, waardoor de klant niet verzekerd was van rentelasten die vooraf exact bekend zijn en niet volledig beschermd was tegen rentestijgingen. Het hof had partijen in de gelegenheid gesteld in onderling overleg een regeling in der minne te beproeven op basis van de bevindingen van het hof. Een dergelijke regeling is niet tot stand gekomen, waarna het hof op 11 oktober 2016 eindarrest heeft gewezen. Het hof verklaart voor recht dat de swapovereenkomst buitengerechtelijk is vernietigd en wijst het gevorderde bedrag van € 2.029.024,43 toe alsmede de wettelijke handelsrente per gedeelte van het bedrag te rekenen over de periode vanaf het moment van betaling van dat betreffende gedeelte tot het moment van (terug)betaling door ABN AMRO. Tevens veroordeelt het hof ABN AMRO tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
In een andere zaak, eveneens tegen ABN AMRO, wees het hof Amsterdam op 4 oktober 2016 een tussenarrest. Ook hier was sprake van een renteswap, die door ABN AMRO als volgt werd omschreven: Een Rente Swap (Interest Rate Swap, IRS) is een afspraak tussen twee partijen om gedurende een bepaalde periode de betaling van een geïndexeerde, variabele rente (bijvoorbeeld Euribor) te ruilen tegen de betaling van een vaste rente. Op deze wijze kan een rentetarief op basis van variabele rente synthetisch worden gefixeerd.
Ook in deze procedure stelt de klant, Edrie Rekreatie B.V., dat zij – kort gezegd – bij het aangaan van de renteswap heeft gedwaald, althans dat ABN AMRO haar in strijd met de op haar rustende zorgplicht niet of niet voldoende heeft voorgelicht over de werking en risico’s van de renteswap en zodoende jegens haar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, althans onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.
Het hof overweegt onder meer dat vast staat dat partijen met de renteswap hebben beoogd de risico’s te beperken die zijn verbonden aan een mogelijke stijging van het eenmaands Euribor-tarief. Edrie heeft met de renteswap het variabele eenmaands Euribor-tarief ‘geruild’ tegen een vaste rente. Zij betaalde na het sluiten van de renteswap feitelijk de swaprente in plaats van het variabele eenmaands Euribor-tarief. De kredietovereenkomst en de renteswap zijn twee afzonderlijke overeenkomsten, maar hangen met elkaar samen. Zonder de kredietovereenkomst zou de renteswap niet zijn afgesloten.
Vervolgens oordeelt het hof dat het antwoord op de vraag welke wederzijdse verplichtingen in dit geval van toepassing zijn, in belangrijke mate afhangt van de aard van de rechtsverhouding tussen partijen. Partijen hadden een kredietrelatie, in verband waarmee ook de renteswap is gesloten. Op grond van de wederzijds gestelde feiten en omstandigheden is het hof voorshands van oordeel dat de rechtsverhouding tussen partijen als een adviesrelatie moet worden gekwalificeerd en dat het aanbieden van de renteswap – het verlenen van een beleggingsdienst – binnen die rechtsverhouding moet worden beoordeeld. Nu, aldus het hof, het partijdebat zich onvoldoende op de juridische kwalificatie van de rechtsverhouding heeft toegespitst, worden partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover nader uit te laten.
Partijen zullen zich nu moeten uitlaten over de omvang van de zorgplicht van de bank in het kader van de door het hof vastgestelde adviesrelatie. Hierbij speelt een rol dat bij een dergelijke relatie onder meer van de bank verwacht mag worden dat zij op voorhand onderzoek doet naar de doelstellingen, financiële mogelijkheden, risicobereidheid en deskundigheid van de klant.
Zoals uiteengezet in ons nieuwbericht van 14 augustus 2015, hebben in de afgelopen jaren veel ondernemers (met name bedrijven uit het MKB) – op advies van de bank – bij het aangaan van een financiering gebruik gemaakt van zogenaamde renteswaps. Het is dan ook met name deze groep die tegen de problemen is aangelopen die ook in bovenstaande arresten aan de orde waren. In dit verband is inmiddels een Onafhankelijke Derivatencommissie in het leven geroepen die een Herstelkader heeft ontwikkeld. De dossiers van de MKB-ers met rentederivaten kunnen aan de hand van dit Herstelkader worden beoordeeld en waar nodig/waar mogelijk kan compensatie conform het Herstelkader plaatsvinden.
Mocht u nadere informatie over dit onderwerp wensen, kunt u altijd contact opnemen met een van de advocaten van Vink &Partners Legal and Tax.